De Fysieke standaard zebravinken

Waarom een nieuwe fysieke standaard
Dat heeft meerdere redenen. Vanuit de leden klonk de roep om de standaard aan te passen, er waren veel ontwikkelingen, welke kant willen en moeten we op? Ook de NBvV wilde een aanpassing van de fysieke standaard i.v.m. de ontwikkelingen en vanuit dierenwelzijn (met name extreme Engels kenmerken worden als ongewenst gezien).

De huidige Standaard voor zebravinken bestaat sinds 2008. In de afgelopen 12 jaar is er veel veranderd aan de zebravink zoals we die toen kenden. De vogels van toen waren wat kleiner en minder vol van type. Het maximale ideale type kweken, zoals beschreven in de standaard, was toen ook een echte uitdaging. Dit is duidelijk te zien aan de foto’s van de NZC-kampioenen van 10 jaar geleden.

Op de NZC- en regioshows zien we de laatste jaren steeds meer vogels met een uitstekend type – zoals beschreven staat in de Fysieke Standaard. Onze vogels hebben een positieve ontwikkeling doorgemaakt. Het verschil tussen een uitmuntend en matig type is rchter ook groter geworden, net als de discussie over de manier waarop ze gekeurd worden. Liefhebbers en keurders discussiëren hier al jaren over en er was behoefte aan duidelijkheid.

De TC NZC heeft daarom de Fysieke Standaard opnieuw getoetst en besloten dat de huidige Fysieke Standaard nog prima voldoet, hij moet echter op een aantal punten aangescherpt worden.

Belangrijke veranderingen
De belangrijkste aanpassingen hebben betrekking op ongewenste uitwassen aan zowel de “bovenkant” als de “onderkant” van de standaard. Dit betekent dat er voortaan echt gelet wordt op dit soort fouten en er vervolgens echt gekort wordt.

Een goed Type-vogel bij kleur opwaarderen tot kampioen of een goede Kleur-vogel bij type opwaarderen tot kampioen zal niet snel meer voorkomen. De vogel met de beste balans in Kleur en Type zal doorgaans winnen!.

Hieronder een grafische weergave van de veranderingen.

Kort door de bocht betekent het dat een correcte bevedering en een goed type nu echt van belang zijn (type=vorm/model). De details kunt u in de volledige fysieke standaard hieronder terugvinden.

Veel leesplezier! | de TC NZC

Print Friendly, PDF & Email

Beschrijving

*Tik op de afbeeldingen voor een grote weergave.

Formaat
De ideale zebravink moet een forse indruk geven en moet minimaal 11 cm, gemeten tussen de snavelpunt en de punt van de staart, lang zijn. Het formaat moet aangepast zijn aan het type van de zebravink.

Model
De zebravink moet een robuuste gestalte bezitten. We spreken wel van een “geblokt” type. Dit betekent een mooi vol lichaam met een brede en goed gevulde nek, met daarop een mooi gevormde volle ronde kop en een daarbij passende kegelvormige snavel. Het totaalplaatje moet mooi vol en mag niet langgerekt en/of smal overkomen. De onderlinge lichaamsverhoudingen moeten in verhouding zijn en beslist niet storend op elkaar inwerken. Van opzij gezien moet de borstlijn vanaf de hals tot aan de poten, regelmatig gebogen zijn. De borst is mooi vol en rond van voren. Het achterlijf mag niet hangen / uitgezakt zijn. De rug moet van de kop tot aan de punt van de staart een bijna rechte lijn vormen.

Houding
De zebravink moet rustig op stok zitten. Het doorzakken van de poten is fout. Het lichaam dient dan ook te allen tijde los van de stok te blijven. Het loopbeen maakt een hoek van 45 graden met het horizontaal en ook de ichaamsas maakt een hoek van 45 graden met het horizontaal. Op deze wijze ontstaat een hoek tussen het loopbeen en de lichaamsas van 90 graden. De vleugels moeten strak langs de romp worden gedragen en de vleugelpunten moeten sluiten op de stuit.

Conditie
Conditie is een eerste vereiste. Wanneer een zebravink niet in conditie is, zal deze nooit voor een hoge puntenwaardering in aanmerking mogen komen.

Bevedering
De bevedering moet compleet en schoon zijn en strak gedragen worden. Vuile bevedering moet streng worden bestraft. De ogen moeten, van opzij gezien, volledig zichtbaar zijn. Een “wenkbrauw” is daarbij wel toegestaan mits deze strak gedragen wordt en niet zwaar is. Geknepen-, spleet- of ovale- ogen, al dan niet ten gevolge van een losse en/of zware bevedering rondom het oog, zijn niet toegestaan. Afwijkingen moeten al naar gelang de ernst van de fout bestraft worden in de rubriek – bevedering.(Zie ook keurmeester richtlijnen)

Kop
De schedel moet een ronde, gebogen lijn vormen en zonder afplattingen. Van voren gezien moet de kop een goede breedte en hoogte bezitten, overgaand in een brede, volle nek. De snavel mag dus niet in een te platte lijn in de kop overgaan. Ook mag de kop niet smal zijn (van boven gezien mogen de ogen zijwaarts niet zichtbaar zijn). De oogstreep moet van voren gezien duidelijk zichtbaar zijn. De plaatsing van het oog is centrisch ten opzichte van de schedel en in lijn met de snavel. (Zie ook keurmeester richtlijnen hoe te beoordelen)

Ogen
De kleur van de ogen is donker, maar een lichtere kleur is toegestaan.

Snavel
De snavel moet kort en beslist kegelvormig zijn, zonder beschadigingen. Kegelvorm = hoogte snavel aan de basis is gelijk aan de lengte van de snavelzijde. Langere en kortere dan omschreven snavels zijn niet gewenst. De snavel moet een mooie harmonie met de kop vormen. De overgang van snavel naar schedel is oplopend. De onder- en bovensnavel moeten goed op elkaar aansluiten en de bovensnavel mag geen gebogen bolle vorm hebben.
De snavelkleur van de man is altijd koraalrood tenzij anders bij de kleurslag aangegeven. De snavelkleur van de pop is altijd oranjerood tenzij anders bij de kleurslag aangegeven. Een lichtere kleur snavel is voor zowel de man als de pop fout en dient al naar gelang de ernst van de fout in de rubriek kleur bestraft te worden.

NOOT: De geelsnavel man heeft een licht okergele snavelkleur, bij de pop is de snavel wat lichter van kleur.

Poten
De poten moeten recht en stevig zijn, zonder verruwing of vergroeiingen. De tenen klemmen stevig om de stok. Een zebravink heeft aan elke poot vier tenen, waarvan 3 naar voren en 1 naar achteren gericht zijn. Elke teen is voorzien van een iets gekromde nagel, deze mogen niet zijwaarts gedragen worden. De kleur van de poten en nagels is altijd oranjerood tenzij anders bij de kleurslag aangegeven (= geelsnavel of bleeksnavel). Een lichtere poot of nagelkleur is voor zowel de man als de pop een fout en dient al naar gelang de ernst van de fout in de rubriek kleur bestraft te worden.

NOOT: De pootkleur bij geelsnavel zebravink is lichtgeel i.p.v. oranjerood.
Voor ringmaten zie vogelindex.nl op de website van de NBvV.

Kleur
Helder en regelmatig, door een andere vederstructuur is de kleur van de kop en de nek anders dan de kleur van het rugdek.

Borststreep
De borststreep loopt over de volle breedte van de borst, is minimaal 8 en maximaal 10 mm breed en moet scherp en regelmatig zijn. De borststreep moet over de volle borstbreedte even breed zijn. Bij de pop moet de kleurscheiding tussen de borstkleur en de kleur van het onderlijf scherp zijn.
Uitzondering hierop is de blackface: daar moet zowel bij de man als bij de pop de borsttekening / borstkleur uitvloeien in het onderlijf.
Bij de man is alleen de regelmatige kleurscheiding met de zebratekening te beoordelen bij tekening, de borstband die overgaat in de borst- en buikkleur is een kleuronderdeel.

Zebratekening
Boven de borststreep bevindt zich een regelmatige zebratekening, die moet doorlopen tot de ondersnavel. Bij sommige mannen loopt de zebratekening niet geheel door tot aan de ondersnavel. Onder de snavel bevindt zich dan een wit kinvlekje dit is een ernstige fout en moet bestraft worden bij tekening. Toont de pop bij voorkomende kleurslagen een wit kinvlekje dan moet dit bestraft worden bij kleur. Vanaf de snavelzijkanten loopt er soms weerszijde van de keel een streep door de bevedering. Dit is een ongewenste plooi en stoort vaak ook in de zebratekening c.q. op de keel. Zie ook bij bevedering.

Flanktekening
Deze strekt zich uit van de borststreep tot aan de inzet van de staart. Van de borststreep tot aan de “broek” moet de flanktekening een goede breedte hebben en is bedekt met regelmatige ronde, witte stippen die goed zichtbaar moeten zijn. De flanktekening is ter hoogte van de stuit niet voorzien van witte stippen en heeft in de meeste gevallen de kleur van de staarttekening. Dit gedeelte van de flanktekening bevindt zich gedeeltelijk onder de vleugelpennen en is bij de vogels in rusthouding nauwelijks te zien. Bij de poppen moet, indien niet anders beschreven, de kleurscheiding tussen de kleur van de flank en de onderlijfkleur scherp zijn.

Wangvlek
De wangvlek heeft een naar achter gerichte waaiervorm met strak afgetekende randen. De wangvlek reikt van de onderzijde van het oog tot aan de onderkant van de oogstreep en teugelzone. Hier tussenin vormt zich de ‘waaier’ waarin de bevedering schuin naar achteren gericht staat. (Zie ook figuur 1 wangvlek bevedering mag het oog niet bedekken.

Staarttekening
De staart heeft een scherpe, regelmatige bloktekening op de verlengde bovenstaartdekveren. De iets langere staartpennen zijn iets lichter van kleur dan het donkere blok van de staarttekening zodat het laatste blok lichter is dan de overige blokken. Een uitzondering hierop is de isabel zebravink hierbij is het voorlaatste staartblok (de laatste door de bovenstaartdekveren gevormd) donkerder dan het laatste door de punten van de staartpennen gevormde blok. De vorm van de blokken dient regelmatig en rechthoekig te zijn, gebogen of gekartelde staartblok vormen dienen bestraft te worden bij tekening. De grootte van de donkere- en lichte blokken is gelijk. Soms reduceert de omvang van het lichte blok, ook dit dient gezien te worden als een tekeningfout.

Oogstreep
De oogstreep begint in het midden van het oog. Hij loopt paralel aan de wangvlek en eindigt liefst daar waar de wangvlek ook eindigt. De oogstreep moet scherp zijn, onder het oog minimaal 1,5 mm. breed en naar onder iets spits toelopen. Aan de oogzijde mag de oogstreep niet breder zijn dan de breedte van het oog.

Snavelstreep
De inzet van de snavel wordt geaccentueerd door een dunne streep, die loopt vanaf de basis van de snavelsnijranden en die naar beide zijden uitloopt. De snavelstreep moet scherp zijn en loopt naar onderen spits toe.

Oogteugel
Tussen de snavelstreep en oogstreep bevindt zich een licht veerveld. Dit noemen we de oogteugel.De oogteugel moet een zo egaal mogelijk gekleurd vlak zijn en mag geen uitvloei / vervuiling van de oogstreep bevatten. Ook mag de teugelzone niet smal zijn.
De teugelzone mag niet boven het oog reiken en niet lager uitkomen dan het onderste puntje van de oogstreep. De kleur van de oogteugel kan, afhankelijk van de mutatie, verschillende verschijningsvormen hebben ( blackface, eumo en charcoal).

Kuif
De kuif moet rozet-vormig zijn, uitwaaieren uit een middelpunt centraal op een brede kop en afhangen tot een lijn boven de ogen. Opstaande veertjes en/of dubbele kuiven zijn fout. De kleur en de tekening moeten geheel voldoen aan de kleurstandaard van de desbetreffende kleurslag. De nadruk ligt echter op de kwaliteit van de kuif. Een goede kuif op een matig gekleurde en getekende vogel dient hoger gewaardeerd te worden dan een slechte kuif op een goede getekende en gekleurde vogel. De kuifmutatie wordt in alle erkende kleurslagen gevraagd.

Keurtechnische opmerkingen | aanwijzingen

Keurbrief
In de eerste rubriek van het zebravinken keurbriefje beoordelen wij;
formaat, model, houding conditie en bevedering. Voor deze rubriek kunnen wij maximaal 28 (29) punten geven en minimaal 22. Een variatie van 6 punten: in principe 3 punten voor formaat en model, 1 voor de houding en 2 voor de conditie / bevedering.

Formaat
De standaard schrijft een minimum maat voor van 11 cm gemeten tussen snavelpunt en punt van de staart. In nagenoeg alle gevallen voldoet de huidige zebravink aan deze eis, in de meeste gevallen is de zebravink zelfs groter.

Model
De zebravink moet een robuuste gestalte bezitten. We spreken wel van een “geblokt” type. Dit betekent een mooi vol lichaam met een brede en goed gevulde nek, met daar op een mooi gevormde volle ronde kop en een daarbij passende kegelvormige snavel. Het totaalplaatje moet mooi vol en niet langgerekt en/of smal overkomen. De onderlinge lichaamsverhoudingen moeten in verhouding zijn en beslist niet storend op elkaar inwerken. Van opzij gezien moet de borstlijn vanaf de hals tot aan de poten, regelmatig gebogen zijn. De borst mooi vol en rond van voren. Het achterlijf mag niet hangen / uitgezakt zijn. De rug moet van de kop tot aan de punt van de staart een bijna rechte lijn vormen.

Hou er bij keuringen rekening mee dat wanneer een zebravink niet voldoende is getraind voor de TT, hij / zij zich uit angst zich smaller probeert voor te doen dan dat hij / zij in werkelijkheid is. Geef de vogel dus even de tijd en rust om zich optimaal te kunnen tonen.

Figuur 1 – Formaat | Model | Houding

Houding
De zebravink moet rustig op stok zitten. Het doorzakken van de poten is fout. Het lichaam dient dan ook te allen tijde los van de stok te blijven. Het loopbeen maakt een hoek van minimaal 45° met het horizontaal en ook de lichaams as maakt een hoek van minimaal 45° met het horizontaal. Op deze wijze ontstaat een hoek tussen het loopbeen en de lichaams as van 90°. De vleugels moeten strak langs de romp worden gedragen en de vleugelpunten moeten sluiten op de stuit.

Hou er bij keuringen rekening mee dat wanneer een zebravink onvoldoende is getraind voor de TT, hij / zij niet altijd direct de juiste houding zal aannemen. Geef de vogel dus even de tijd en rust om zich optimaal te kunnen tonen.

Conditie
Onder conditie verstaan wij op de eerste plaats de lichamelijke conditie. Een goede lichamelijke conditie is een eerste vereiste. Op het keurbriefje voor zebravinken komt geen aparte rubriek voor, waarin de bevedering moet worden beoordeeld. Bij de zebravinken wordt de bevedering dan ook in de eerste rubriek beoordeeld. Vuile aarsbevedering wordt onder conditie beoordeeld.

Bevedering
De algemene indruk moet zijn dat de bevedering egaal en gesloten gedragen wordt. Vogels met een losse bevedering worden bestraft naar gelang de ernst van de fout.
De ogen moeten, van de zijkant gezien, volledig zichtbaar zijn. Een “wenkbrauw” is daarbij wel toegestaan mits deze strak gedragen wordt en niet zwaar is. Geknepen-, spleet- of ovale-ogen, al dan niet ten gevolge van zware en of losse bevedering rondom het oog, zijn niet toegestaan. Afwijkingen moeten al naar gelang de ernst van de fout bestraft worden in de rubriek bevedering. De zogenaamde baardstrepen zijn ongewenst, de bevedering aan de zijkant van de zebratekening op de keel zit dan niet strak.

Figuur 5 – Bevedering | Oogvorm

Op figuur 5 zien we als eerste een ideale oogvorm, boven het 2e oog zit een wenkbrauw, welke we vaak zien bij volle ronde koppen, en wordt niet bestraft op voorwaarde dat deze strak gedragen wordt en niet zwaar is. De laatste twee oogvormen zijn niet gewenst. (Zie keurmeester richtlijnen hoe te beoordelen.)

Kop
De schedel moet een ronde, gebogen lijn vormen (Figuur 1) en, zonder afplattingen. Van voren gezien moet de kop een goede breedte en hoogte bezitten, overgaand in een brede volle nek. De snavel mag dus niet in één platte lijn in de kop overgaan. Het is van belang goed te letten op een volle, ronde kop. Een platte kop kan zeer storend zijn en dit moet in de beoordeling tot uitdrukking gebracht worden. Ook mag de kop niet smal zijn (van boven gezien mogen de ogen zijwaarts niet zichtbaar zijn (Figuur 3)). De oogstreep moet van voren gezien duidelijk zichtbaar zijn. Afwijkingen van de kopvorm moeten al naar gelang de ernst van de fout bestraft worden in de rubriek kop en snavel. (Zie keurmeester richtlijnen hoe te beoordelen)

Figuur 2 – kopvorm | zijaanzicht

Bij figuur 2 zien we van links naar rechts eerst een fraaie kop. De volgende kop is goed. De resterende koppen met de rode kruizen zijn afwijkend en worden met 1 tot 2 punten bestraft.

Figuur 3 – Kopvorm | voor- en bovenaanzicht

Bij figuur 3 zien we bij de groene plussen een fraaie kop. De volgende koppen met de rode kruizen zijn afwijkend en dienen met 1 tot 2 punten gestraft te worden.

Snavel
De snavel moet beslist kegelvormig zijn en een mooie harmonie met de kop vormen. Verder moeten onder- en bovensnavel goed op elkaar aansluiten. De bovensnavel mag niet een gebogen bolle vorm hebben. Bovendien zijn langgerekte en te korte snavels niet gewenst. De lijn snavel/schedel moet vloeiend oplopen. Afwijkingen moeten al naar gelang de ernst van de fout bestraft worden in de rubriek kop en snavel.

Figuur4 – Snavelvorm | zijaanzicht

Op figuur 4 zien we als eerste een ideale kop-snavel. De volgende kop-snavel is net wat minder ideaal door de wat langere snavel.. De resterende kop-snavels zijn erg afwijkend en dienen, ondanks de eventuele mooie kopvormen, met 1 tot 2 punten gestraft te worden in deze rubriek.
(Zie Keurmeester keurrichtlijnen hoe te beoordelen).

Kuif
Voor de zebravinken met een kuif is een aparte schaal ontworpen. De kuifvorm moet worden beoordeeld bij kop, de kleur van de kuif in de rubriek kleur. Opstaande veertjes of kleine afwijkingen in de vorm van de kuif zijn geen ernstige fouten en moeten worden bestraft met ten hoogste 2 punten. Dubbele kuiven zijn een ernstige fout en moeten worden bestraft bij zowel de kop en snavel als in de eerste rubriek bij model. Het oog dient vrij te blijven van de (kuif) bevedering.

Poten
De kleur van de poten beoordelen wij in de rubriek kleur. De poten dienen schoon gaaf en glad, wel iets geschubt, te zijn. Bij onherstelbare gebreken aan poten tenen en nagels is de vogel gebrekkig en geldt de bindende regel dat de vogel niet voor puntenwaardering in aanmerking komt (Zie keurmeester richtlijnen hoe te beoordelen).

Nb.
Oplettende lezers zullen opmerken dat er een aantal onderdelen zijn beschreven welke horen bij kleur en tekening. Dit is er door de jaren heen in geraakt en om praktische redenen laten we dit voorlopig zo.

de TC NZC